Wat is een bounce rate?

De bounce rate, in het Nederlands ook bouncepercentage of weigeringspercentage, is het aandeel bezoeken aan je website waarin een bezoeker niet echt iets deed. In Google Analytics 4 is dat het percentage sessies dat niet als betrokken sessie telt. Een hoge bounce rate kan wijzen op een pagina die niet aansluit op de verwachting, maar is niet automatisch slecht.

Hoe wordt de bounce rate berekend in GA4?

GA4 noemt een sessie betrokken (engaged) als minimaal één van deze dingen gebeurt:

  • de sessie duurt langer dan 10 seconden (deze drempel kun je aanpassen);
  • er vindt een key event plaats, bijvoorbeeld een formulierverzending;
  • de bezoeker bekijkt twee of meer pagina’s of schermen.

Alle andere sessies tellen als bounce. De formule is daarmee: bounce rate = niet-betrokken sessies gedeeld door het totaal aantal sessies, maal 100.

Een rekenvoorbeeld: je dienstpagina krijgt in een maand 2.500 sessies. Daarvan zijn er 850 niet betrokken. De bounce rate is dan 850 / 2.500 x 100 = 34 procent. De engagement rate is het spiegelbeeld: 66 procent.

Bounce rate in GA4 versus Universal Analytics

In het oude Universal Analytics, dat inmiddels volledig is uitgefaseerd, was een bounce een sessie met maar één paginaweergave en geen interactie. Iemand die vijf minuten je artikel las en daarna vertrok, telde dus als bounce. In GA4 is dat niet meer zo: wie langer dan 10 seconden blijft, telt als betrokken. Daardoor liggen bouncepercentages in GA4 vaak lager dan je gewend was. Vergelijk cijfers uit beide systemen dan ook nooit rechtstreeks met elkaar.

Wat is een goede bounce rate?

Een universele norm bestaat niet. Het percentage hangt sterk af van het type pagina, het kanaal en de bedoeling van de bezoeker. Een kennisbankartikel dat een vraag in de eerste alinea beantwoordt, mag een hogere bounce rate hebben dan een productpagina van een bedrijf in meubelen of een dienstpagina van een detacheerder. Verkeer uit display- of social-advertenties bounct doorgaans vaker dan verkeer van mensen die op je merknaam zoeken.

Vergelijk daarom liever pagina’s met vergelijkbare pagina’s en perioden met vergelijkbare perioden, dan met een benchmark van internet. Let vooral op plotselinge veranderingen: die zeggen meer dan het absolute cijfer. Wil je weten welke aanpassing dat cijfer echt verbetert, dan toets je dat met conversie optimalisatie: variant tegen variant, in plaats van gokken.

Zo pak je een te hoge bounce rate aan

1

Controleer eerst je meting

Een plotselinge stijging of daling komt vaak door tracking. Kijk of de GA4-tag op alle pagina’s staat, of er events dubbel worden verstuurd en of een nieuwe cookiebanner het aantal gemeten sessies heeft veranderd.

2

Splits per landingspagina en kanaal

Een gemiddelde voor je hele site zegt weinig. Bekijk de bounce rate per landingspagina, bron en apparaat. Zo zie je of het probleem bij één campagne, één pagina of alleen op mobiel zit.

3

Toets de aansluiting op de zoekvraag

Lees je advertentie of zoekterm en open daarna de pagina. Krijgt de bezoeker direct wat hem beloofd is? Zo niet, pas dan de kop en eerste alinea aan of stuur het verkeer naar een betere pagina.

4

Haal drempels weg

Trage laadtijden, pop-ups die direct het scherm vullen en onleesbare tekst op mobiel jagen bezoekers weg. Los eerst op wat technisch misgaat voordat je aan teksten gaat schaven.

5

Bied een logische vervolgstap

Geef bezoekers iets om te doen: een verwant artikel, een vergelijking, een prijsindicatie of een duidelijke knop naar contact. Kies een stap die past bij waar de lezer in zijn oriëntatie staat.

De bounce rate in een groter geheel

Een bouncepercentage is een signaal, geen doel. Een lagere bounce rate betaalt geen rekeningen. Meer gekwalificeerde aanvragen wel. Daarom kijken we bij Flownotion nooit naar dit cijfer in isolatie. Het hoort bij het fundament onder je marketing: betrouwbare tracking, heldere key events en dashboards die laten zien welke kanalen en pagina’s bijdragen aan omzet. Pas als dat staat, kun je een stijgende bounce rate goed duiden en weet je of je aan de pagina, de campagne of de doelgroep moet sleutelen. Dat fundament staat niet los van de rest: het is de tweede stap in onze aanpak in vier fases, van route tot doorlopende optimalisatie.

Veelgemaakte fouten

  • Sturen op een zo laag mogelijk percentage. Een extra pagina tussenvoegen verlaagt de bounce rate, maar maakt de route voor de bezoeker langer.
  • Een gemiddelde over de hele site rapporteren. Dat verbergt juist de pagina’s waar het probleem zit.
  • Vergeten dat toestemming de cijfers kleurt. Bezoekers die cookies weigeren, meet je anders of niet, afhankelijk van je Consent Mode-instelling.

Veelgestelde vragen over de bounce rate

Waar vind je de bounce rate in GA4?

In de standaardrapporten staat hij niet altijd zichtbaar. Je voegt de statistiek toe via Rapport aanpassen, bijvoorbeeld in het rapport Pagina’s en schermen of Landingspagina. In Verkennen kun je hem ook direct als statistiek kiezen.

Is de bounce rate een rankingfactor voor Google?

Google heeft herhaaldelijk aangegeven geen gegevens uit Google Analytics te gebruiken voor rankings. Een pagina die bezoekers niet helpt, zal het in zoekresultaten op termijn wel moeilijk krijgen, maar dat komt niet door dit percentage in je account.

Wat is het verschil tussen bounce rate en exit rate?

De bounce rate gaat over sessies zonder betrokkenheid. De exit rate laat zien hoe vaak een pagina de laatste pagina van een bezoek was, ook als de bezoeker daarvoor al andere pagina’s bekeek.

Verdiep je verder in de engagement rate en Google Analytics, of lees landingspagina. Twijfel je aan de betrouwbaarheid van je cijfers, bekijk dan hoe we data en tracking inrichten.

Weet je niet zeker of je bounce rate een echt probleem is of een meetfout? Plan een adviesgesprek en we zoeken het samen uit in je eigen data.

Geschreven door:
David van Beek David van Beek
Online marketing strateeg